De regels rond het budgetplafond in de Formule 1, alsook de manier waarop deze worden nageleefd, worden verder aangescherpt. Zo worden er ingrijpende beperkingen ingevoerd die moeten voorkomen dat teams personeel van andere afdelingen binnen een ‘moederbedrijf’ voor hun F1-activiteiten gaan gebruiken.
De World Motor Sport Council van de FIA heeft immers vijf nieuwe artikelen goedgekeurd die volgend jaar geïntroduceerd zullen worden. Die moeten voorkomen dat teams faciliteiten, personeel en werkingsmiddelen van niet F1-gerelateerde onderdelen van moederorganisaties worden ingezet voor de F1-activiteiten.
Met de bijkomende regels willen de Formule 1 en de FIA proberen om achterpootjes in het reglement te dichten. In theorie kunnen moederbedrijven vandaag immers een deel van de gemaakte kosten door hun F1-team versluizen naar het eigen bedrijf en dat zorgt ervoor dat er dus minder kosten aan het budgetplafond toegeschreven worden.
De mazen in de regels, waardoor teams konden profiteren van expertise en middelen van buiten het budgetplafond, dichten is dus de boodschap. Er wordt dus een soort ‘muur’ opgetrokken die strikt de F1-activiteiten afschermt van de overige activiteiten van een onderneming of het ‘moederbedrijf’.
Er moet zo voorkomen worden dat teams voor hun F1-activiteiten gebruikmaken van middelen die worden gefinancierd door andere activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van straatauto’s, een deelname aan andere raceklassen zoals bijvoorbeeld het WEC of de Formule E, of zelfs andere sporten zoals de zeilsport waarin er ook overlap is met F1-technologie.
Daardoor komen er nu dus strikte beperkingen voor simulatoren, windtunnels, testbanken, IT-systemen, enz. Medewerkers die niet voor het F1-team werken zullen geen toegang meer krijgen tot de F1-fabriek terwijl personeel uit het F1-team ook niet langer andere afdelingen zal mogen bezoeken.
Een medewerker die vanuit een F1-afdeling naar een ander deel van het bedrijf overstapt dan zal er een nieuw contract opgemaakt moeten worden en zullen de taken zeer nauwkeurig omschreven moeten worden. Er worden ook bijkomende restricties opgelegd want de bedrijfspas en toegang tot e-mailsystemen wordt gedeactiveerd.
Ook zal iemand die een F1-team verlaat minstens een jaar moeten wachten alvorens terug te keren. Wanneer iemand van een andere afdeling naar het F1-team overstapt dan geldt er een wachtperiode van drie maanden, het zogenaamd ‘gardening leave’.
Door de extra maatregelen zullen de F1-teams extra personeel moeten aanwerven en de moederbedrijven worden bovendien geconfronteerd met het verlies aan kennisoverdracht en de mogelijkheid om infrastructuur te delen.
De FIA heeft met haar bijkomende maatregelen slechts één doel: de F1-teams dwingen om de werkelijke kosten van hun activiteiten in de Formule 1 te dragen en effectief in rekening te brengen. Bij de FIA beseffen ze dat dit ten koste gaat van efficiëntiewinsten en voordelen op technologisch vlak voor de deelnemers aan de Formule 1.






