Volgens Mattia Binotto, de grote baas van het Audi F1-project, moet zijn team heel wat uitdagingen zien te overwinnen maar de ‘afstand’ tussen beide fabrieken zal daarbij geen obstakel zijn dat succes in de weg zal staan.
Het Audi F1 team zal werken vanuit het Zwitserse Hinwil, waar de chassisafdeling zich bevindt, en het Duitse Neuburg, waar de motorafdeling zich bevindt. Dat vanuit twee verschillende fabrieken werken niet altijd leidt tot successen mocht Alpine, het vroegere Renault F1 team, al ondervinden. Er zijn echter ook andere voorbeelden die wel zeer succesvol zijn.
“Nee, in het geheel niet,” antwoordt Mattia Binotto op de vraag van ‘RacingNews365’ of het een probleem is dat de chassisafdeling en motorafdeling niet samen zitten.
“Ik denk niet dat de afstand tussen de twee onderkomens een probleem vormt. Als je rondkijkt, moet je concluderen dat alle teams met uitzondering van Ferrari verschillende locaties hebben voor de motor en het chassis.”
Binotto verwijst vervolgens naar Red Bull Racing dat met Honda de voorbije jaren een motorpartner had die langs de andere kant van de wereld zat. De eerlijkheid gebiedt ons echter wel om te zeggen dat Honda tijdens de beginjaren met McLaren daarvan wel de nadelen ondervond. Maar het pastte zich aan en met Red Bull won het vervolgens verschillende wereldtitels.
“Red Bull won de laatste jaren titels met hoofdkwartieren in Japan en het Verenigd Koninkrijk,” aldus Binotto. “Dus als dat voor hun werkt en als ze er zelfs succesvol mee kunnen zijn, dan zal die drie uur durende rit tussen Hinwil en Neuburg geen obstakel vormen.”






