Mika Hakkinen en Michael Schumacher vochten eind jaren negentig legendarische duels uit, toch sluimerden er bij Hakkinen naar eigen zeggen onderhuids frustraties.
Van 1998 tot 2000 waren het steevast Mika Hakkinen en Michael Schumacher die in gevecht waren voor de wereldtitel. De Fin lichtte een tip van de sluier op in de psyche van zijn rivaal en het enige voordeel van Ferrari dat hem echt irriteerde.
In het seizoen werd het gevecht om de wereldtitel niet enkel uitgevochten op de baan maar ook op psychologisch vlak. Zelfs na het behalen van de eerste wereldtitel van Hakkinen in Suzuka ging de strijd naast het circuit verder.
Schumacher zocht Hakkinen persoonlijk op na de race om hem te feliciteren met zijn wereldtitel. “Ja, absoluut”, bevestigde Hakkinen in de “High Performance-podcast”, terwijl hij zich dat moment herinnerde. “Het was een geweldige strijd in 1998.”
“Michael wist dat de auto aan het begin van het jaar niet goed was, maar hij zag dat hij steeds dichterbij kwam, dus hij wist dat er een volgend jaar zou komen.”
“Ik kende Michael dus al sinds mijn kindertijd, sinds we 13 jaar oud waren, van het karten. Als hij een kans heeft om te winnen, geeft hij niet op”, merkte hij op.
“Als hij beseft dat de overwinning voorbij is en hij eerlijk verslagen is, is hij heel rechtdoorzee, hij is blij en feliciteert je en is er blij mee. Maar op een manier alsof het spel nog niet voorbij is.”
Hakkinen bewondert het doorzettingsvermogen van zijn rivaal maar er was één ding dat hem echt kwaad maakte en dat was het feit dat Ferrari ongelimiteerd kon testen op hun eigen testcircuit, Fiorano.
“Hij is zo’n vechter”, onthulde Hakkinen. “Toen we uit die laatste Grand Prix kwamen, wist ik dat hij niet naar huis zou gaan om een paar maanden te ontspannen en dan naar de eerste Grand Prix zou gaan.”
“Nee. Hij gaat terug naar een fabriek. Hij gaat naar Fiorano, omdat Ferrari daar een testcircuit had en ze daar konden rijden wat ze wilden. Ik wist dat dat een enorm voordeel voor hen was, omdat wij geen testcircuit hadden waar we konden rijden wanneer we wilden.”
“Dus zij waren continu aan het testen en alles aan het ontwikkelen. En dat maakte me echt kwaad.”
Het contrast tussen de logistieke moeilijkheden waarmee McLaren te maken had en Ferrari dat kon testen in het zonnige Fiorano waren een doorn in het oog van de Fin.
“We konden naar Silverstone gaan, om 10 uur beginnen, en om 12 uur was het ineens lunchtijd. Om 13 uur gingen we verder, en om 17 uur was het gesloten. En het regende!”, vertelde hij.
“Ze testen in het zonnige Fiorano, vanaf acht uur ’s ochtends kunnen ze beginnen. Ze kunnen om acht uur ’s avonds stoppen en dan verder testen. En als Michael moe wordt, of een teamgenoot moe wordt, zetten ze een testrijder in de auto en gaan ze verder met het programma, de versnellingsbakken, de software, alles. Dus dat konden ze constant doen.”
“Ik denk niet na over of het eerlijk is of niet. Het was gewoon zoals het was,” concludeerde hij. “Ik wist dus dat Michael had verloren, en zij wisten dat ze niet goed genoeg waren, maar ze wisten ook dat ze met hun programma hun doel zouden bereiken.”






