Tijdens de GP van Monaco werden verschillende rijders bestraft omdat ze ’te snel reden in de pitlane’. Opvallend genoeg gebeurde het in Monaco bijzonder vaak, waardoor velen zich afvroegen of de apparatuur van de FIA de registratie wel correct deed. Uiteindelijk kwam er wel een verklaring voor de vele tijdstraffen.
Op basis van documenten van de FIA kon besloten worden dat de inbreuken vaak met minder dan 1 km/u plaatsvonden, in verschillende gevallen zelfs met slechts 0,1 km/u, zoals bij Franco Colapinto, Pierre Gasly, Oscar Piastri en George Russell. Dat zorgde ervoor dat veel teams en rijders de wenkbrauwen fronsten en zich vragen stelden of de metingen wel correct waren verlopen.
De FIA besloot om haar systemen te controleren maar daaruit konden geen fouten gedetecteerd worden. Er was geen probleem met de apparatuur of de tijdregistratielussen. De FIA kwam wel met een opvallende andere verklaring voor de inbreuken.
De ingang van de pitlane is in Monaco erg uniek, de rijders kunnen bij het afbuigen naar de pitlane iets meer naar rechts aanhouden ter hoogte van de bocht van de ingang van de pitlane. Dergelijk manoeuvre verkort de afstand die wordt afgelegd door de wagen alvorens de wagen de zogenaamde ‘fast lane’ oprijdt.
De FIA laat weten dat de tijdsmeting tussen ingang en uitgang van de pitlane wordt gemeten wanneer het eerste wiel de zogenaamde ‘fast lane’ bereikt. De rijders die een krappere rijlijn namen zorgden ervoor dat één van de voorbanden sneller het meetpunt activeerde. Tijdlussen aan de ingang en uitgang van de pitlane moeten helpen meten of een rijder ’te snel’ door de pitlane reed, tussen beide punten wordt immers een gemiddelde snelheid berekend.
Zelfs een kleine vermindering van de afstand zorgt daardoor voor een schijnbare snelheidswinst. Er werd vaak slechts enkele tienden van een kilomete r per uur te snel gereden. Opmerkelijk genoeg had de FIA de teams gewaarschuwd dat het probleem kon ontstaan en werden ze geadviseerd om een bredere rijlijn te gebruiken bij het binnenrijden van de pitlane.






