Fernando Alonso laat er steeds minder twijfel over bestaan: niet alleen de prestaties van Aston Martin zullen bepalen of hij ook na 2027 nog in de Formule 1 actief blijft. De tweevoudig wereldkampioen stelt zich vooral vragen bij de richting die de sport technisch is ingeslagen.
Alonso wordt verwacht ook volgend seizoen voor Aston Martin uit te komen maar zijn kritiek op het huidige technische reglement klinkt steeds luider. Vooral het vele energiemanagement stoort de Spanjaard. Volgens hem moeten Formule 1-coureurs tegenwoordig soms bewust trager rijden om uiteindelijk sneller te zijn.
“We zijn inderdaad minder competitief dan de rest maar ik denk niet dat dit voor mij het doorslaggevende punt is om een beslissing te nemen”, verklaarde Alonso in Baku. “We komen allemaal uit de karting, Formule 3 en Formule 2. Daar leer je vanuit je instinct zo snel mogelijk te rijden, bochten aan te vallen en risico’s te nemen. Vervolgens kom je in de Formule 1 en moet je een deel van wat je de afgelopen twintig jaar geleerd hebt weer terugdraaien.”
Volgens Alonso is de situatie uniek: “Er is geen enkele andere raceklasse waarin je traag moet rijden om snel te kunnen zijn.”
Vanaf 2027 worden al aanpassingen voorzien. De verhouding tussen het vermogen uit de verbrandingsmotor en het elektrische gedeelte moet richting 60-40 evolueren, terwijl ook een hogere brandstoftoevoer de extreme energiebesparing moet verminderen. Alonso ziet dat echter slechts als een eerste stap.
Vooral wat er met enkele legendarische snelle bochten is gebeurd, zit hem hoog. “We hadden Silverstone, een ongelooflijk circuit. Het is niet leuk meer. Spa was bijna beschamend om te rijden. Eau Rouge, Suzuka, de 130R… Er zijn circuits die dit jaar gewoon vermoord zijn.”
De 45-jarige Spanjaard bespreekt zijn bezorgdheden naar eigen zeggen rechtstreeks met F1-CEO Stefano Domenicali, FIA-voorzitter Mohammed Ben Sulayem en de teams. Daarmee wordt duidelijk dat zijn toekomst niet uitsluitend afhangt van de vraag of Aston Martin hem een winnende wagen kan bezorgen.
Alonso erkent tegelijkertijd dat de Formule 1 als spektakel sterker staat dan ooit: “De sport bevindt zich in het algemeen op de beste plek waar hij ooit geweest is. De Formule 1 groeit enorm, er komen nieuwe fans bij en sommige races zijn leuk om naar te kijken. De evenementen zijn geweldig.”
Maar achter het stuur ervaart hij iets anders: “Als je andere raceklassen hebt gereden of een andere Formule 1 hebt gekend, is er waarschijnlijk wat frustratie. Misschien ben ik directer en duidelijker in mijn opmerkingen. Max Verstappen ook. Sommige andere coureurs zijn stiller, maar ik denk dat we allemaal hetzelfde voelen.”
Daarmee legt Alonso de bal nadrukkelijk bij de Formule 1. Zelfs een snellere Aston Martin onder de technische leiding van Adrian Newey lijkt niet automatisch voldoende om hem langer aan boord te houden. Voor Alonso draait het uiteindelijk om een fundamentelere vraag: kan de Formule 1 opnieuw een kampioenschap worden waarin coureurs voluit aanvallen en hun instinct laten spreken?
Zijn beslissing over 2027 lijkt daardoor niet alleen een oordeel over Aston Martin te worden, maar minstens evenzeer over de Formule 1 zelf.






