In het nieuw seizoen van de Netflix-serie ‘Drive to Survive’ blikt Christian Horner terug op zijn ontslag bij Red Bull. Daarover deden heel wat wilde speculaties de ronde maar tijdens het interview wil Horner enkele dingen rechtzetten.
Vlak na de GP van Groot-Brittannië vorig jaar volgde het ontslag van Christian Horner. Volgens Christian Horner moet er niet richting Max of Jos Verstappen gekeken worden voor zijn ontslag maar naar de aandeelhouders van Red Bull. Voor Horner zelf was het een emotioneel moment.
“Ik voel een enorm verlies en verdriet. Het kwam allemaal vrij plotseling. Ik heb eigenlijk geen kans gehad om op een mooie manier afscheid te nemen,” vertelde Horner tijdens één van de nieuwe episodes van het achtste seizoen van ‘Drive to Survive’.
Voor Christian Horner was het een bittere pil om te slikken, hij moest plots van aan de zijlijn toekijken terwijl hij daarvoor ruim twintig jaar aan de leiding van Red Bull Racing stond.
“Ik had me nooit kunnen inbeelden dat ik me in deze situatie zou bevinden. Uiteraard is je eerste reactie ‘fuck them’ wanneer je zo’n kloteboodschap te horen krijgt,” aldus Horner. “Er werd iets van me afgenomen dat niet mijn keuze was, dat dierbaar voor me was.”
Er werd door velen naar de Verstappen-familie gewezen als een mogelijke oorzaak van het ontslag van Christian Horner maar volgens Horner was dat niet de reden voor zijn ontslag.”
De vader van Max Verstappen was nooit mijn grootste fan. Hij heeft zich vaak kritisch over mij uitgelaten. Maar ik geloof niet dat de Verstappens op welke manier dan ook de oorzaak waren voor mijn vertrek. Volgens Horner was de echte machtsstrijd er één tussen Red Bull CEO Oliver Mintzlaff en ‘dokter’ Helmut Marko. Alles gebeurde in de nasleep van het overlijden van Dietrich Mateschitz, waardoor er een machtsvacuüm ontstond.
“Ik denk dat dit een beslissing is die door Oliver Mintzlaff werd genomen met Helmut die hem langs de zijlijn adviseerde.”
“Ik denk dat uiteindelijk de business binnen de groep veranderde. De oprichter stierf. En na de dood van Dietrich denk ik dat ze vonden dat ik te veel macht had.”






