David Coulthard wil af van motorstraffen: “Ze zijn achterhaald”

Mercedes
Mercedes

David Coulthard vindt dat het tijd is om afscheid te nemen van de motorgerelateerde gridstraffen in de Formule 1. Volgens de Schot is het systeem achterhaald en heeft het zijn oorspronkelijke doel al lang verloren.

Coulthard stelt de relevantie van het huidige systeem voor de toewijzing van krachtbronnen in vraag. Dat systeem bepaalt hoeveel motoronderdelen een team gedurende een seizoen mag gebruiken voordat gridstraffen worden uitgedeeld.

De regel werd destijds ingevoerd om constructeurs aan te moedigen betrouwbaardere power units te ontwikkelen. Volgens Coulthard is die doelstelling inmiddels bereikt en is het systeem verworden tot een strategisch instrument. Teams kiezen er tegenwoordig soms bewust voor om een gridstraf te incasseren tijdens een race waar de impact beperkt is, zodat ze later in het seizoen over een verse krachtbron beschikken.

Voor Coulthard is dat een duidelijk signaal dat de regel zijn nut heeft verloren.

“Ik vind nog steeds dat we al die straffen eens onder de loep moeten nemen,” zei hij in de podcast Up To Speed.

“Ik denk dat het teruggaat naar een vervlogen tijdperk waarin men teams probeerde aan te moedigen om betrouwbaar te zijn. Uiteindelijk is het in ieders belang om betrouwbaar te zijn.”

Er wordt vandaag enorm geïnvesteerd in de moderne hybride krachtbronnen, zowel op technisch vlak als op het gebied van betrouwbaarheid. Daarom ziet Coulthard geen reden meer om de startgrid op een kunstmatige manier door elkaar te schudden.

Tijdens de GP van België kregen onder meer Lando Norris en Isack Hadjar een motorgerelateerde gridstraf. Daardoor moesten zij respectievelijk vanaf de dertiende en eenentwintigste plaats aan de race beginnen.

Toch slaagden beide rijders erin zich sterk terug naar voren te knokken. Hadjar koos al vroeg voor een overstap naar de harde banden en die strategie betaalde zich uit met een knappe zesde plaats. Ook Norris reed een sterke inhaalrace. Hoewel hij er niet in slaagde optimaal te profiteren van de virtual safety car, wist hij alsnog als zevende te finishen.

Voor Coulthard bewijst dat nogmaals dat dergelijke gridstraffen vooral kunstmatige verhaallijnen creëren, in plaats van een zinvolle sportieve sanctie te zijn.

“Het bood wel een kans voor Hadjar, die al vroeg overstapte op harde banden en daarna briljant reed,” aldus Coulthard.

“Lando Norris had misschien tijdens de virtual safety car kunnen stoppen, maar dat deed hij niet. Toch wist hij nog de zevende plaats te behalen. Twee sterke races dus van die jongens.”

Of de Formule 1 de regels daadwerkelijk zal aanpassen, valt nog af te wachten. Zolang teams motorstraffen strategisch blijven inzetten om er competitief voordeel uit te halen, vindt Coulthard dat de sport zich moet afvragen of deze bestraffingen nog wel een plaats hebben in een tijdperk waarin betrouwbaarheid van de power units de norm is geworden.