Honda krijgt harde realitycheck met Aston Martin: “We hadden niet verwacht dat het zo slecht zou zijn”

Aston Martin F1 team
Aston Martin F1 team

Honda begon vol vertrouwen aan het nieuwe Formule 1-tijdperk van 2026. Samen met Aston Martin moest de Japanse motorfabrikant een belangrijke stap vooruit zetten, met een gloednieuwe power unit, een hypermoderne fabriek en Adrian Newey als technisch meesterbrein. Op papier leek alles aanwezig om een succesverhaal te schrijven.

Maar achter de schermen liep het helemaal anders. Aan het einde van vorig jaar was Honda nog redelijk optimistisch. De prestaties waren nog volop in ontwikkeling, maar de eerste simulaties gaven voldoende reden tot vertrouwen. In januari sloeg de sfeer echter volledig om.

“We dachten eind vorig jaar dat onze positie niet zo slecht was”, vertelt Honda-topingenieur Shintaro Orihara. “De prestaties en drivability waren nog in ontwikkeling, maar het zag er goed uit.”

Tot Honda plots geconfronteerd werd met problemen die veel groter bleken dan verwacht.

“In januari realiseerden we ons dat de prestaties voortdurend op en neer gingen. We vonden meer performance, maar tegelijkertijd kwamen er ook betrouwbaarheidsproblemen naar boven.”

Honda moest daardoor noodgedwongen gas terugnemen. Prestatiedoelstellingen werden verlaagd om de kwetsbare onderdelen niet meteen te overbelasten. En toen Aston Martin in Barcelona voor het eerst met de nieuwe Honda-krachtbron de baan op ging, werd duidelijk dat de problemen veel ernstiger waren dan gehoopt.

“In januari beseften we dat onze prestaties en betrouwbaarheid niet competitief zouden zijn”, geeft Orihara toe. “Toen we in Barcelona begonnen te rijden, zagen we dat onze prestaties duidelijk slechter waren dan die van de andere fabrikanten.”

Alsof dat nog niet genoeg was, kwamen er ook problemen met de batterij aan het licht. Daardoor gingen kostbare testkilometers verloren en kon Honda niet het programma afwerken dat het voor ogen had.

Het resultaat was pijnlijk. Aston Martin en Honda begonnen 2026 met een aanzienlijke achterstand op de concurrentie. Tegen de zomerstop was het verschil met onder meer nieuwkomer Cadillac volgens Honda opgelopen tot bijna een seconde.

“We beseften dat we aan het begin van dit jaar niet in een goede positie zaten”, zegt Orihara. “Aan het einde van vorig jaar zagen we al dat we niet competitief waren, maar we hadden niet verwacht dat het zo slecht zou zijn.”

De problemen zijn bovendien niet terug te brengen tot één fout onderdeel. Honda kreeg te maken met de enorme complexiteit van de nieuwe 2026-reglementen, waarin vrijwel alles aan de power unit werd aangepast.

De MGU-K levert vanaf 2026 bijvoorbeeld liefst 350 kilowatt, tegenover ongeveer 120 kilowatt in de huidige generatie. Tegelijkertijd veranderde ook de verbrandingsmotor grondig en werd de brandstofdoorstroming aangepast.

En dan is er nog het verdwijnen van de MGU-H.

Voor de motorleveranciers is dat een enorme uitdaging. De MGU-H speelde een belangrijke rol bij het beheersen van de turbodruk en het verbeteren van de drivability. Zonder die technologie moet Honda op een andere manier zorgen dat de krachtbron voldoende responsief blijft.

“Het verwijderen van de MGU-H is behoorlijk uitdagend geweest”, legt Orihara uit. “Ik heb het altijd over drivability gehad. Een groot deel daarvan komt door het verdwijnen van de MGU-H.”

Volgens Honda is het dan ook vooral de combinatie van alle veranderingen die voor problemen zorgt. Niet één onderdeel is de grote boosdoener: de volledige power unit moest in korte tijd opnieuw worden uitgevonden.

Voor Aston Martin is dat bijzonder pijnlijk. Lawrence Stroll investeerde miljoenen in de infrastructuur van het team en haalde met Adrian Newey een van de meest succesvolle ontwerpers uit de Formule 1 binnen. De verwachtingen waren dan ook torenhoog.

In plaats van meteen mee te strijden om overwinningen, bevindt Aston Martin zich echter in een technische inhaalrace.

Honda wil tijdens de Grand Prix van Nederland in Zandvoort een upgrade van de verbrandingsmotor introduceren. Die moet een eerste stap zijn richting herstel, maar het zal geen wondermiddel worden.

De achterstand is groot, de problemen zijn complex en de concurrentie heeft uiteraard niet stilgezeten.

Honda krijgt daardoor een bijzonder zware opdracht: niet alleen meer vermogen vinden, maar tegelijkertijd ook de betrouwbaarheid en drivability drastisch verbeteren. Het veelbelovende 2026-project met Aston Martin is voorlopig uitgedraaid op een technische inhaalrace.