Williams-teambaas James Vowles is ervan overtuigd dat zijn team met de Mercedes-krachtbron achterin de wagen dit jaar een bijkomende stap vooruit zal kunnen zetten. Vowles kijkt echter ook verder dan het komende seizoen.
Veel teams willen van de ingrijpende reglementswijzigingen in 2026 gebruikmaken om een ‘goede zaak te doen’, een stap vooruit te zetten, maar de grote vraag is wie een goede wagen zal bouwen en welke motor het beste zal presteren. James Vowles, ooit zelf nog werkzaam bij Mercedes, is ervan overtuigd dat ze bij Mercedes met hun krachtbron opnieuw optimaal gebruik zullen maken van de reglementswijzigingen, net zoals ze dat in 2014 deden.
“Honderd procent zeker, als ze in Brackley in één ding goed zijn dan is het wel reglementswijzigingen,” vertelde Vowles enkele weken geleden in Abu Dhabi. “Ik denk dat dit duidelijk zal zijn. Mercedes is er ook zeer goed in.”
De voorbije twee seizoenen werd Mercedes door McLaren verslagen, wat opmerkelijk is want McLaren is een zogenaamd ‘klantenteam’ dat van Mercedes motoren afneemt. Desondanks is James Vowles erg realistisch over de positie waarin Williams zich bevindt.
“Ik heb alles eraan gedaan om ervoor te zorgen dat we als team blijven groeien en dat we in de toekomst voor de wereldtitel kunnen strijden, maar we beschikken niet over de faciliteiten en mogelijkheden die Mercedes heeft. Dat is nu eenmaal de situatie waarin we ons bevinden,” aldus Vowles.
Bij Williams willen ze echter geleidelijk aan verder bouwen aan de toekomst, dit in de plaats van plots een enorme stap te verwezenlijken. Het verschil met de topteams is volgens Vowles duidelijk: Bij Williams wordt er werk gemaakt van vooruitgang op de langere termijn.
“Terwijl zij (de topteams) bezig zijn met de reglementswijzigingen uit te vlooien en het voor elkaar te krijgen, is het bij ons meer een kwestie van de basis leggen voor de toekomst terwijl we ons ook proberen te focussen op de wagen voor 2026,” aldus Vowles die tegelijkertijd de verwachtingen die er rondom zijn team heersen probeert te managen.
“Wat je kan afleiden is dat ik weet waar we ons tijdens het komende seizoen ongeveer zullen bevinden en waar de anderen zich bevinden. Ik kan me daar in vinden. Het is mijn doel om ieder jaar stap voor stap vooruitgang te boeken. En ik denk dat we daartoe in staat zijn.”






