Max Verstappen steekt de loftrompet over de aanpak van de nieuwe Red Bull-teambaas Laurent Mekies die na het opvolgen Christian Horner voor een figuurlijke ‘nieuwe wind’ in het team zorgt.
De wereldkampioen was van mening dat de dominante zege in Monza volgens hem weer een stap is in de goede richting om weer het succesvolle team van uit het verleden te kunnen worden.
Hoewel een vijfde wereldtitel moeilijk haalbaar wordt voor Verstappen wist hij de GP van Italië op zijn naam te schrijven met maar liefst negentien seconden voorsprong, dit nadat hij op zaterdag al het snelste F1-rondje aller tijden liet optekenen en zondag deed hij er nog een schepje bovenop door ook de snelste F1-race aller tijden neer te zetten.
De zege van afgelopen weekend betekende het einde van een reeks van acht races zonder overwinning, maar met nog acht races te gaan is de achterstand van Verstappen op leider Piastri opgelopen tot vierennegentig punten. De resterende races bevatten ook nog drie sprintraces en dat betekent dat er nog 224 punten te verdelen zijn.
“Het lijkt erop dat we dit weekend weer een stap vooruit hebben gezet met het gedrag van de auto en dat is ook te zien in de race”, vertelde Verstappen aan verslaggevers. “McLaren bleef natuurlijk buiten om te gokken op de safety car, en ik denk dat dat de reden is waarom het verschil iets groter is dan het had moeten zijn. Maar voor ons was het toch een ongelooflijk weekend.”
Verstappen liet weten dat hij zich tijdens de vorige races bijna een passagier waande in zijn bolide maar dat er in Monza meer balans was en dat de bandenslijtage onder controle te houden was.
Daar zit de komst van Laurent Mekies, die in juli Christian Horner kwam aflossen als teambaas, voor iets tussen volgens de Nederlander en vooral dan zijn technische achtergrond.
“Hij stelt de juiste vragen aan de ingenieurs, vragen die op gezond verstand gebaseerd zijn, dus ik denk dat dat heel goed werkt”, legde hij uit. “Bovendien probeer je uit de dingen die je hebt geprobeerd te begrijpen dat sommige dingen je op een gegeven moment een beetje een idee geven van een richting, en dat is waar we aan zijn blijven werken.”
“Ik had zeker het gevoel dat we in Zandvoort al een stap hadden gezet die vrij goed leek te werken, en hier weer een stap die weer een beetje beter voelde.”






