Na 239 races is Nico Hulkenberg er eindelijk in geslaagd om zijn allereerste F1-podium te behalen. ‘The Hulk’ was dolblij en blaakte van trots, al geloofde hij zelf lange tijd niet dat hij effectief kans maakte op die felbegeerde podiumplaats. Wat het bovendien nog spectaculairder maakt is dat hij van op de negentiende plaats aan de race begon.
“Tot aan mijn laatste pitstop zat ik in een ontkenningsfase,” gaf Hulkenberg na afloop van de race toe. Cruciaal was echter dat Hulkenberg een extra rondje op de intermediates had gereden waardoor de kloof met Hamilton groter was geworden.
“Vervolgens hoorde ik dat we de kloof met Lewis wat vergroot hadden door dat extra rondje, wat goed was. Ik kreeg wat ademruimte.”
“Maar vervolgens kwam hij snel dichterbij. De druk was er dus. Het was een intense race.”
“Ja, ik dacht eraan dat hij voor zijn thuispubliek alles zou geven. En ik dacht, ‘Nee, sorry jongens, het is ook mijn dag weet je. Ik moet ervoor gaan en mijn nek uitsteken’.”
“Maar zoals ik zei, we zijn niet geplooid, we maakten geen fouten. En ik ben uiteraard zeer, zeer blij, het is fantastisch.”
“Ik ben superblij. Ik wil ook iedereen bedanken voor de geweldige energie en steun die hier ieder jaar op het circuit is.”
Voor alle teams en rijders was het tijdens de race een kwestie van overleven, ieder moment kon er iets fout gaan op de baan of kon er een foute strategische beslissing genomen worden.
“Het is om eerlijk te zijn redelijk surrealistisch. Ik ben niet zeker wat er gebeurd is, maar het waren duidelijk gekke omstandigheden, wisselende omstandigheden,” aldus ‘The Hulk’. “Het was gedurende een groot deel van de race een strijd om te overleven. Ik denk dat we het gewoon perfect gedaan hebben. We namen de juiste beslissingen, de juiste banden op het juiste moment, we maakten geen fouten. Het is redelijk ongelooflijk.”
En zo behaalde Nico Hulkenberg na maar liefst 239 races dan toch zijn allereerste F1-podium.
“Het heeft lang geduurd hé. Maar ik heb altijd geweten, jullie weten het, dat ik het in me heb. Ik heb het ergens in me,” zei Hulkenberg met tegelijkertijd een gevoel van opluchting en trots.






