Bij het Nederlandse ‘Viaplay’ blikte Max Verstappen vooruit naar het nieuw F1-seizoen en de nieuwe manier van racen die er zal zijn. Daarbij wint de batterij aan belang en zullen de rijders veel meer aan energiemanagement moeten doen.
“Het wordt lastiger dan de afgelopen jaren. Je wist wel dat sommige circuits beter waren voor de energie dan anderen, maar nu is het heel extreem,” aldus Verstappen. “Bahrein was een van de betere circuits op de kalender, dus daar zie je niet zo heel erg terug dat je snelheid afbouwt. Melbourne is dan juist een van de mindere op dat gebied, dus dat zal heel lastig worden. Je hebt heel weinig remzones en heel veel lange rechte stukken.”
“Kleine details met hoe je je batterij kan opladen hebben een grote invloed op de prestatie, dus dat is heel ingewikkeld. Daarom zitten we veel op de simulator om het zo goed mogelijk voor elkaar te hebben.”
Verstappen liet zich al eerder kritisch uit over de nieuwe generatie wagens waarmee vanaf dit jaar gereden zal worden. Verstappen laat duidelijk verstaan dat hij het minder leuk vindt om met de 2026-wagens te rijden.
“Uiteindelijk is alles wat je op de limiet rijdt moeilijk. Dan maakt het niet uit wat voor auto het is. Alleen sommige dingen zijn leuker om te besturen dan andere dingen,” zegt Verstappen daarover. “Om het alleen al uit te leggen aan de gewone kijker, en zelfs al aan mezelf als ik naar de data kijk, dan vraag ik me af of dit is wat we willen.”
De rijders zullen niet een hele race kunnen pushen omdat ze de batterij moeten proberen opladen. Dat is één van de belangrijkste wijzigingen dit seizoen.
“Daar moet je je aan aanpassen. Dat is ook niet het probleem, je past je gewoon aan als je slim bezig bent en nadenkt, alleen is het niet het leukste,” aldus Verstappen die ook niet van mening zal veranderen indien hij zelf goede resultaten weet neer te zetten. “Het heeft ook niks met de resultaten van mij te maken. Uiteindelijk moet het wel leuk blijven. Ook al ben je de beste in je vak, je moet het wel leuk vinden. Kijk als je het niet leuk vindt om te werken, gaat dat niet heel lang goed zo. Ik denk dat dat voor iedereen zo is.”






