De beslissing om het contract van de ‘Dutch GP’ niet te verlengen was volgens prins Bernhard niet eenvoudig maar wel de verstandigste.
In 2021 keerde de ‘Dutch GP’ eindelijk terug op de F1-kalender en met Max Verstappen die de Formule 1 enorm populair maakte in zijn land leek Nederland een jarenlange toekomst op de F1-kalender te hebben maar zes edities verder stopt het sprookje.
Volgens prins Bernhard was het echter een logische keuze om de figuurlijke stekker eruit te trekken en voor een ‘zekerheid’ te kiezen. De financiële risico’s die aan een jarenlange contractverlenging verbonden zouden zijn waren volgens prins Bernhard te groot.
“Voor de duidelijkheid: ik ben niet blij dat het ophoudt. Als je een artiest boekt voor een evenement, is de prijs gebaseerd op een uitverkocht huis. Bij de F1 is de ‘fee’ ook gebaseerd op wat het voor het land betekent, op de internationale toestroom van bezoekers, wereldwijde media-aandacht, toerisme, economische uitstraling et cetera,” aldus prins Bernhard tegenover ‘Formule 1 Magazine’.
“Dus als je alles uitverkoopt, zit je nog steeds maar op de helft van je budget. Dat zorgt ook voor de hoge ticketprijzen. Dus dan moeten anderen opstaan. En anders moet je op een gegeven moment de keuze maken om te stoppen. Wij konden het gewoon niet verder voortzetten. Dat was financieel een te groot risico geweest.”
“Daar komt bij dat ik ook het gevoel heb dat we er alles uit hebben gehaald. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat we er nog aan toe zouden kunnen voegen om het evenement nog beter te maken. Op veel vlakken hebben wij een nieuwe norm gezet voor de Formule 1.”






