Stefano Domenicali: “Ik leef mee met Fernando Alonso, ik hoop dat hij nog lang in de F1 blijft”

Aston Martin F1 team
Aston Martin F1 team

Het speculeren over de toekomst van Fernando Alonso en een eventueel afscheid van de tweevoudig wereldkampioen van de sport houdt al enige tijd aan. Eind dit seizoen loopt het contract van Fernando Alonso bij Aston Martin immers af maar F1-baas Stefano Domenicali hoopt dat Alonso nog lang in de Formule 1 blijft.

Alweer een bijzonder moeizaam F1-seizoen voor Fernando Alonso, het lijkt een eeuwigheid geleden dat de tweevoudig wereldkampioen nog aan de absolute top van de sport wist mee te strijden. Aan strijdlust ontbreekt het Alonso op 44-jarige leeftijd absoluut niet en F1-baas Stefano Domenicali hoopt dat Alonso nog enige tijd zal meedraaien in de sport.

“Ik leef erg mee met Alonso, omdat ik veel respect voor hem heb en weet dat hij fantastisch is,” vertelde Domenicali aan de Spaanse krant ‘AS’. “Maar ik weet dat hij een veerkrachtig persoon is. Ik hoop dat hij de kans krijgt, als ze hem een ​​goede auto geven, om zijn talent te laten zien.”

“Zijn mentaliteit kenmerkt zich door onverschrokken toewijding, op alle niveaus. Hij heeft het juiste project nodig. Ik hoop dat hij hier blijft, en niet slechts voor een jaar, maar voor lange tijd.”

Tijdens het raceweekend in Barcelona liet Fernando Alonso doorschijnen dat het mogelijk zijn laatste F1-race in Barcelona was, vooral omdat er volgend jaar geen F1-race in Barcelona plaatsvindt en er vanaf 2028 afwisselend met Spa-Francorchamps wordt gereden. Pas binnen twee jaar is er dus opnieuw een F1-race in Barcelona en F1-baas Stefano Domenicali hoopt duidelijk dat Fernando Alonso er dan nog bij is.

“Het is een feit dat we helden nodig hebben. Daarom verwacht ik dat Fernando nog lang blijft, met de juiste auto is hij nog steeds erg sterk,” aldus Domenicali, die vervolgens gevraagd wordt wat de Formule 1 zou verliezen als Alonso uiteindelijk zou besluiten te stoppen.

“Het is nu niet het moment om daarover te praten, want ik wil hem hier nog lang zien.”