Vincenzo Sospiri

In Italië waren heel wat rijders die de ambitie hadden om in de F1 te raken. Veel van hen zijn er niet geraakt, anderen wel. Sommige probeerden zich te kwalificeren voor een Grote Prijs, maar dan was ook voor hen de droom van een carrière in de Formule 1 voorbij.

Vincenzo Sospiri was één van hen. Hij is één van de meest onderschatte racers ooit. En dat is spijtig, want hij had genoeg ervaring om een langdurige F1-rijder te worden. De Italiaan begon pas op zijn vijftiende met karting. In het Italiaanse kartingkampioenschap (100cc) kon hij al in zijn eerste jaar 2 overwinningen behalen. In 1982 en 1983 werd hij Italiaans kartingkampioen in diezelfde klasse met in totaal 27 overwinningen. In 1984 werd Sospiri Italiaans Intercontinentaal kartingkampioen met 12 overwinningen. Het jaar daarop werd Sospiri tweede in het kartingkampioenschap met 9 overwinningen. 1986 was wellicht het beste kartingseizoen van de Italiaan. Hij werd Europees kampioen bij de 100cc’s en behaalde de pole positie in de finale van het wereldkampioenschap. Tevens werd hij Italiaans kampioen bij de 125cc’s.

De eerste grote titel volgde in 1987 toen Sospiri het wereldkampioenschap voor 100cc’s won. Hij reed eveneens in het wereldkampioenschap voor 125cc’s waarin hij tweede werd.

In 1988 begon de autosportcarrière van de Italiaan echt. Van de karting stapte hij over naar het Britse Formule Ford-kampioenschap waarin hij met 9 overwinningen tweede werd. Tegelijk won hij het wereldbefaamde Formule Ford Festival van Brands Hatch. Daarmee was het teken gezet.

Sospiri mocht in 1989 een klasse hoger gaan racen, namelijk in de Formule Opel Euroseries en het Britse Formule 3-kampioenschap. Het F3-kampioenschap ging echter voor en dus reed hij maar twee races in de Opel Euroseries, waarvan hij er één won. Het bleek echter een slechte zet om zich enkel op de F3 te concentreren want Sospiri kwam er in het kampioenschap niet aan te pas.

Maar het wachten op succes duurde niet erg lang. Vincenzo keerde terug naar de Formule Opel Euroseries. Daarin eindigde hij tweede na Rubens Barrichello. In dat kampioenschap reden ook grote namen zoals David Coulthard, Gil de Ferran, Kenny Brack, Pedro Lamy en Shinji Nakano. Vincenzo Sospiri startte ook in de Britse Formule Vauxhall. Daarin werd hij kampioen met 125 punten, 27 punten meer dan Gil de Ferran. Sospiri mocht ook voor het F3000-team van Eddie Jordan rijden in Jerez en Nogaro. In Jerez werd Sospiri achtste, maar in Nogano kon hij zich niet kwalificeren. Zijn eerste ervaring in de F3000 leverde hem nog geen punten op.

In 1991 reed Vincenzo het hele F3000-seizoen uit. Bij het Barclay Team van Eddie Jordan werd Sospiro teamgenoot van Damon Hill. In Pau kon hij zich niet kwalificeren, maar hij werd vierde in Mugello en knap tweede in Hockenheim. Uiteindelijk beëindigde Vincenzo het seizoen op een gedeelde achtste plaats met 9 punten, 2 minder dan Damon Hill.

Vincenzo Sospiri voelde zich nog niet helemaal klaar om mee te doen aan het F3000-kampioenschap en keerde in 1992 daarom terug naar Italië. Daar nam hij deel aan het F3-kampioenschap met het Traini Corss-team. Hij eindigde 5de met 23 punten en won één race.

Uiteindelijk voelde hij zich weer goed genoeg om deel te nemen aan het F3000-kampioenschap. Sospiri ging aan de slag bij het Mythos-team. En zo slecht deed hij het dan toch niet. In het eindklassement stond hij 7de met 16 punten.
Sospiri wisselde naar SuperNova in 1994. Teamgenoot van Vincenzo was de Japanner Taki Inoue. Heel het seizoen eindigde Sospiri voor Inoue en met drie podiumplaatsen werd Sospiri uiteindelijk 4de in het kampioenschap.

1995 was een meesterlijk jaar voor de Italiaan. Hij behaalde 3 overwinningen en was met 42 punten in het kampioenschap een verdiende kampioen. Zijn belangrijkste tegenstanders, Riccardo Rosset en Marc Goossens eindigden op respectievelijk 29 en 24 punten.

Bij de Italiaanse F1 renstal Benetton zagen ze de kwaliteiten van de Italiaan en boden hem daarop een contract als testrijder aan in 1996. Naast zijn testrol bij Benetton was Sospiri ook even in de Renault Spider Eurocup te zien. Maar het seizoen was niet echt wat men zich onder een goed seizoen voorstelt.

De Brit Eric Broadley wilde met Lola in de F1 instappen en had daarvoor enkele getalenteerde rijders nodig. Vincenzo Sospiri greep de kans om naar de F1 over te stappen. Teamgenoot van de Italiaan werd een Braziliaan, namelijk Riccardo Rosset die in 1995 nog zijn grootste concurrent was in de strijd om de F3000-titel. De Lola’s waren ontzettend trage wagens en er was amper geld. In de kwalificaties voor de Grote Prijs van Australië moesten zowel Rosset als Sospiri meer dan 11 seconden toegeven op polesitter Villeneuve. Het duo kon zich door de 107%-regel niet kwalificeren voor de race. Dat was het einde voor het team. Na amper één GP-weekend moest het team zich uit de F1 terugtrekken omdat het geld zo goed al op was. Lola zou opgekocht worden door de Ier Martin Birrane.

Sospiri had 2 maanden tijd om een nieuwe werkgever te vinden en vond deze in de Indy Racing League bij Scandia. Zijn eerste optreden in de Verenigde Staten was tijdens de Indy 500, de bekende 500-mijlen-race op de Indianapolis Motor Speedway. Iedereen zag onmiddellijk dat de man talent had want hij werd meteen 3de in de kwalificatie, op een baan waarop hij nog nooit reed. Vincenzo Sospiri werd in de race amper 17de. Daarna startte hij nog in vier andere races van het IRL-kampioenschap. In New Hampshire werd hij toch knap 2de. Vincenzo beëindigde het seizoen als 21ste met 134 punten.

Later dat jaar startte Sospiri nog in de Formule Nippon, het Japanse F3000-kampioenschap. Hij reed enkel de laatste twee races van het seizoen waarin hij niet kon overtuigen.

Vincenzo Sospiri was een beetje op de dool tussen verschillende raceklassen. Zo startte hij in 1998 in de International Sports Racing Series. In een Ferrari 333SP werden Emanuel Collard en hij kampioen met 120 punten. Ze wonnen zes van acht races. Tevens startte hij in hetzelfde type Ferrari tijdens de 24 Uren van Le Mans met teamgenoten Jean-Christophe Bouillion en Jerôme Policand. Na 13 uur was de race voorbij door een gebroken transmissie.

Ook in de Verenigde Staten ging Sospiri aan het werk in het CART-kampioenschap voor de All-American Racers. Hij kon, tijdens de laatste vier races waaraan hij deelnam, geen punten scoren en werd daarom pas 29ste in de eindstand.

Nog geen jaar later, in 1999, won Sospiri het Sportscars-wereldkampioenschap, de voorloper van de huidige Le Mans Endurance Series. Met drie overwinningen en vier podiumplaatsen in acht races was de Ferrari van Sospiri-Collard te sterk voor de concurrentie. De optredens in de 24 Uren van Le Mans en Daytona liepen minder goed af. In beide etmaalraces moest hij al na weinige uren opgeven.

In 2000 was de Italiaan plots verdwenen. Niemand wist waar Sospiri vertoefde. Een jaar later maakte hij zijn wederoptreden in het uithoudingsracen. Vincenzo deed mee aan de 12 Uren van Sebring, maar na 47 ronden was ook die race voorbij.

Sospiri nam in 2002 weer deel aan het Sportscar-wereldkampioenschap, maar hij bereikte niet meer dezelfde vorm als in 1998 en 1999. In de drie races waaraan hij deelnam, op Brno, Magny-Cours en Spa, eindigde hij telkens derde.

De Italiaan had nog andere zorgen aan zijn hoofd. In samenwerking met David Sears van SuperNova, richtte hij EuroNova op. Een team dan zou meedoen aan de Euro3000 Series en het Italiaanse Formule Renault-kampioenschap.

De prestaties van EuroNova waren niet meteen die waarop Sospiri hoopte, maar het team kon in zijn debuutjaar drie punten scoren met Alessandro Piccolo en Michael Bentwood. Ook het daaropvolgende seizoen verliep niet goed. Norbert Siedler en Vitaly Petrov bleken als rijders niet de geschikte keuze. Het moest beter en het werd beter. De jonge Oostenrijker Bernhard Auinger eindigde het afgelopen Euro3000-seizoen als vijfde.

Superfund, de organisator van het Euro3000-kampioenschap, wilde al een tijdje een eigen kampioenschap onder eigen naam oprichten. In 2005 is het dan eindelijke zover. Maar eerst moest er getest worden en wie was daarvoor beter geschikt dan Vincenzo Sospiri? De 38-jarige Italiaan mocht de eerste tests met de SF01 voor zijn rekening nemen.

Feiten
Geboortedatum: 9 oktober 1966
Geboorteplaats: Forli
Nationaliteit: Italiaanse

F1 Statistieken
F1 Debuut: – (niet gekwalificeerd)
Aantal Grand Prix’: 0
Aantal opgaven: 0
Aantal punten: 0
Beste startpositie: –
Beste resultaat: –

WK Klasseringen
1997: Lola Ford, geen punten
In Italië waren heel wat rijders die de ambitie hadden om in de F1 te raken. Veel van hen zijn er niet geraakt, anderen wel. Sommige probeerden zich te kwalificeren voor een Grote Prijs, maar dan was ook voor hen de droom van een carrière in de Formule 1 voorbij.
a:0:{}
Vincenzo Sospiri was één van hen. Hij is één van de meest onderschatte racers ooit. En dat is spijtig, want hij had genoeg ervaring om een langdurige F1-rijder te worden. De Italiaan begon pas op zijn vijftiende met karting. In het Italiaanse kartingkampioenschap (100cc) kon hij al in zijn eerste jaar 2 overwinningen behalen. In 1982 en 1983 werd hij Italiaans kartingkampioen in diezelfde klasse met in totaal 27 overwinningen. In 1984 werd Sospiri Italiaans Intercontinentaal kartingkampioen met 12 overwinningen. Het jaar daarop werd Sospiri tweede in het kartingkampioenschap met 9 overwinningen. 1986 was wellicht het beste kartingseizoen van de Italiaan. Hij werd Europees kampioen bij de 100cc’s en behaalde de pole positie in de finale van het wereldkampioenschap. Tevens werd hij Italiaans kampioen bij de 125cc’s.

De eerste grote titel volgde in 1987 toen Sospiri het wereldkampioenschap voor 100cc’s won. Hij reed eveneens in het wereldkampioenschap voor 125cc’s waarin hij tweede werd.

In 1988 begon de autosportcarrière van de Italiaan echt. Van de karting stapte hij over naar het Britse Formule Ford-kampioenschap waarin hij met 9 overwinningen tweede werd. Tegelijk won hij het wereldbefaamde Formule Ford Festival van Brands Hatch. Daarmee was het teken gezet.

Sospiri mocht in 1989 een klasse hoger gaan racen, namelijk in de Formule Opel Euroseries en het Britse Formule 3-kampioenschap. Het F3-kampioenschap ging echter voor en dus reed hij maar twee races in de Opel Euroseries, waarvan hij er één won. Het bleek echter een slechte zet om zich enkel op de F3 te concentreren want Sospiri kwam er in het kampioenschap niet aan te pas.

Maar het wachten op succes duurde niet erg lang. Vincenzo keerde terug naar de Formule Opel Euroseries. Daarin eindigde hij tweede na Rubens Barrichello. In dat kampioenschap reden ook grote namen zoals David Coulthard, Gil de Ferran, Kenny Brack, Pedro Lamy en Shinji Nakano. Vincenzo Sospiri startte ook in de Britse Formule Vauxhall. Daarin werd hij kampioen met 125 punten, 27 punten meer dan Gil de Ferran. Sospiri mocht ook voor het F3000-team van Eddie Jordan rijden in Jerez en Nogaro. In Jerez werd Sospiri achtste, maar in Nogano kon hij zich niet kwalificeren. Zijn eerste ervaring in de F3000 leverde hem nog geen punten op.

In 1991 reed Vincenzo het hele F3000-seizoen uit. Bij het Barclay Team van Eddie Jordan werd Sospiro teamgenoot van Damon Hill. In Pau kon hij zich niet kwalificeren, maar hij werd vierde in Mugello en knap tweede in Hockenheim. Uiteindelijk beëindigde Vincenzo het seizoen op een gedeelde achtste plaats met 9 punten, 2 minder dan Damon Hill.

Vincenzo Sospiri voelde zich nog niet helemaal klaar om mee te doen aan het F3000-kampioenschap en keerde in 1992 daarom terug naar Italië. Daar nam hij deel aan het F3-kampioenschap met het Traini Corss-team. Hij eindigde 5de met 23 punten en won één race.

Uiteindelijk voelde hij zich weer goed genoeg om deel te nemen aan het F3000-kampioenschap. Sospiri ging aan de slag bij het Mythos-team. En zo slecht deed hij het dan toch niet. In het eindklassement stond hij 7de met 16 punten.
Sospiri wisselde naar SuperNova in 1994. Teamgenoot van Vincenzo was de Japanner Taki Inoue. Heel het seizoen eindigde Sospiri voor Inoue en met drie podiumplaatsen werd Sospiri uiteindelijk 4de in het kampioenschap.

1995 was een meesterlijk jaar voor de Italiaan. Hij behaalde 3 overwinningen en was met 42 punten in het kampioenschap een verdiende kampioen. Zijn belangrijkste tegenstanders, Riccardo Rosset en Marc Goossens eindigden op respectievelijk 29 en 24 punten.

Bij de Italiaanse F1 renstal Benetton zagen ze de kwaliteiten van de Italiaan en boden hem daarop een contract als testrijder aan in 1996. Naast zijn testrol bij Benetton was Sospiri ook even in de Renault Spider Eurocup te zien. Maar het seizoen was niet echt wat men zich onder een goed seizoen voorstelt.

De Brit Eric Broadley wilde met Lola in de F1 instappen en had daarvoor enkele getalenteerde rijders nodig. Vincenzo Sospiri greep de kans om naar de F1 over te stappen. Teamgenoot van de Italiaan werd een Braziliaan, namelijk Riccardo Rosset die in 1995 nog zijn grootste concurrent was in de strijd om de F3000-titel. De Lola’s waren ontzettend trage wagens en er was amper geld. In de kwalificaties voor de Grote Prijs van Australië moesten zowel Rosset als Sospiri meer dan 11 seconden toegeven op polesitter Villeneuve. Het duo kon zich door de 107%-regel niet kwalificeren voor de race. Dat was het einde voor het team. Na amper één GP-weekend moest het team zich uit de F1 terugtrekken omdat het geld zo goed al op was. Lola zou opgekocht worden door de Ier Martin Birrane.

Sospiri had 2 maanden tijd om een nieuwe werkgever te vinden en vond deze in de Indy Racing League bij Scandia. Zijn eerste optreden in de Verenigde Staten was tijdens de Indy 500, de bekende 500-mijlen-race op de Indianapolis Motor Speedway. Iedereen zag onmiddellijk dat de man talent had want hij werd meteen 3de in de kwalificatie, op een baan waarop hij nog nooit reed. Vincenzo Sospiri werd in de race amper 17de. Daarna startte hij nog in vier andere races van het IRL-kampioenschap. In New Hampshire werd hij toch knap 2de. Vincenzo beëindigde het seizoen als 21ste met 134 punten.

Later dat jaar startte Sospiri nog in de Formule Nippon, het Japanse F3000-kampioenschap. Hij reed enkel de laatste twee races van het seizoen waarin hij niet kon overtuigen.

Vincenzo Sospiri was een beetje op de dool tussen verschillende raceklassen. Zo startte hij in 1998 in de International Sports Racing Series. In een Ferrari 333SP werden Emanuel Collard en hij kampioen met 120 punten. Ze wonnen zes van acht races. Tevens startte hij in hetzelfde type Ferrari tijdens de 24 Uren van Le Mans met teamgenoten Jean-Christophe Bouillion en Jerôme Policand. Na 13 uur was de race voorbij door een gebroken transmissie.

Ook in de Verenigde Staten ging Sospiri aan het werk in het CART-kampioenschap voor de All-American Racers. Hij kon, tijdens de laatste vier races waaraan hij deelnam, geen punten scoren en werd daarom pas 29ste in de eindstand.

Nog geen jaar later, in 1999, won Sospiri het Sportscars-wereldkampioenschap, de voorloper van de huidige Le Mans Endurance Series. Met drie overwinningen en vier podiumplaatsen in acht races was de Ferrari van Sospiri-Collard te sterk voor de concurrentie. De optredens in de 24 Uren van Le Mans en Daytona liepen minder goed af. In beide etmaalraces moest hij al na weinige uren opgeven.

In 2000 was de Italiaan plots verdwenen. Niemand wist waar Sospiri vertoefde. Een jaar later maakte hij zijn wederoptreden in het uithoudingsracen. Vincenzo deed mee aan de 12 Uren van Sebring, maar na 47 ronden was ook die race voorbij.

Sospiri nam in 2002 weer deel aan het Sportscar-wereldkampioenschap, maar hij bereikte niet meer dezelfde vorm als in 1998 en 1999. In de drie races waaraan hij deelnam, op Brno, Magny-Cours en Spa, eindigde hij telkens derde.

De Italiaan had nog andere zorgen aan zijn hoofd. In samenwerking met David Sears van SuperNova, richtte hij EuroNova op. Een team dan zou meedoen aan de Euro3000 Series en het Italiaanse Formule Renault-kampioenschap.

De prestaties van EuroNova waren niet meteen die waarop Sospiri hoopte, maar het team kon in zijn debuutjaar drie punten scoren met Alessandro Piccolo en Michael Bentwood. Ook het daaropvolgende seizoen verliep niet goed. Norbert Siedler en Vitaly Petrov bleken als rijders niet de geschikte keuze. Het moest beter en het werd beter. De jonge Oostenrijker Bernhard Auinger eindigde het afgelopen Euro3000-seizoen als vijfde.

Superfund, de organisator van het Euro3000-kampioenschap, wilde al een tijdje een eigen kampioenschap onder eigen naam oprichten. In 2005 is het dan eindelijke zover. Maar eerst moest er getest worden en wie was daarvoor beter geschikt dan Vincenzo Sospiri? De 38-jarige Italiaan mocht de eerste tests met de SF01 voor zijn rekening nemen.

Feiten
Geboortedatum: 9 oktober 1966
Geboorteplaats: Forli
Nationaliteit: Italiaanse

F1 Statistieken
F1 Debuut: – (niet gekwalificeerd)
Aantal Grand Prix’: 0
Aantal opgaven: 0
Aantal punten: 0
Beste startpositie: –
Beste resultaat: –

WK Klasseringen
1997: Lola Ford, geen punten

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on print
Print
Steun F1journaal.be en bestel via onderstaande banner SpeelgoedSpeelgoed