Sebastian Vettel reageert in de podcast ‘Beyond the Grid’ voor het eerst zelf op een van de meest besproken periodes uit zijn carrière, namelijk zijn laatste jaren bij Ferrari.
De viervoudig wereldkampioen geeft toe dat het verschil tussen hem en zijn toenmalige teamgenoot Charles Leclerc niet alleen te maken had met het materiaal of de leeftijd. Het was eerder een samenloop van timing en momentum, Vettel besefte dat zijn carrière niet meer in stijgende lijn aan het evolueren was.
In 2019 en 2020 evolueerde Ferrari van een uitdager voor het destijds oppermachtige Mercedes naar een renstal vol frustraties en Vettel zegt dat het onmogelijk was om nog naast het contrast tussen hem en zijn jonge teamgenoot te kijken. Vettel vertelt nu dat de aankomst van Leclerc in 2019 samenviel met het moment dat zijn competitiviteit begon te tanen.
“Ik kwam in 2006 en 2007 in de Formule 1 terecht en ik zou zeggen dat ik in 2010, toen ik natuurlijk het kampioenschap won, op mijn hoogtepunt was”, aldus Vettel.
“Maar in 2011 was ik veel beter voorbereid om het kampioenschap te winnen dan in 2010, bijvoorbeeld, en daarna volgden waarschijnlijk sterke jaren, waarin ik natuurlijk het kampioenschap won.”
“2015 was een heel sterk jaar, 2017, 2018 en toen 2019, en eerlijk gezegd ook 2020, toen was ik al op mijn retour. Ik ben blij dat ik dat nu kan zeggen, want ik had niet echt meer die laatste, ultieme kracht.”
Tijdens het seizoen 2019 kreeg Vettel het naar eigen zeggen het moeilijkste. De Ferrari-bolide van dat jaar was met al zijn tekortkomingen waarschijnlijk het beste materiaal dat Leclerc in zijn prille carrière al ter beschikking had, terwijl Vettel weer met de neus op de feiten gedrukt werd dat er een stap achteruit was gezet.
“Charles had zoveel energie”, legde Vettel uit. “Eerlijk gezegd was ik verwend. Ik bedoel, ik heb vier kampioenschappen gewonnen, ik heb zoveel races gewonnen, ik heb zoveel polepositions behaald, enzovoort.”
“Het enige waar ik in geïnteresseerd was, was winnen, en dat was het soort atleet dat ik was: ik wilde winnen, ik wilde de grootste trofee, ik wilde dat moment op het podium waarop ik wist dat ik de race had gewonnen, ik wilde dat gevoel op maandagochtend van ‘ik heb de laatste race gewonnen en ik voel me zo goed’, maar dat gevoel duurt niet lang genoeg, dus moet je nog een race winnen.”
“En Charles kwam erbij, en toen we als vijfde en zesde eindigden, was hij dolgelukkig met een vijfde en zesde plaats, omdat het een andere fase in zijn carrière was en de eerste keer in een competitieve auto. Ik denk dat ik toen een beetje begon te worstelen.”
Het gat werd alleen maar groter met de bolide van 2020, de SF1000 was geen maat voor de concurrentie en ook de buitenwereld werd op pauze gezet door COVID-19.
“En toen kwam 2020, een heel raar jaar met COVID, we racen niet, ik krijg deze fantastische pauze die ik nog nooit heb gehad en heb er zo van genoten met mijn gezin.”
“Tegelijkertijd werd ik me met het opgroeien van de kinderen bewust van de problemen in de wereld en hoe die mij begonnen te beïnvloeden en ik ze weerspiegelde”, concludeerde hij.
“Ik zou zeggen dat ik op dat moment waarschijnlijk niet meer op mijn hoogtepunt was.”







