Voor Lando Norris draaide de GP van Oostenrijk uit op andermaal een confrontatie met het feit dat McLaren als regerende wereldkampioen dit seizoen helemaal niet competitief genoeg is om vooraan te kunnen meedoen.
Mercedes is momenteel overduidelijk de ‘benchmark in de Formule 1’, ze zijn het te kloppen team. McLaren rijdt met dezelfde motor als Mercedes dus het verschil in performance moet zich grotendeels bij de wagen bevinden die McLaren heeft ontworpen, de MCL40. Norris finishte als zevende op meer dan dertig seconden van racewinnaar George Russell.
“We liggen nog ver achter,” zei Lando Norris na afloop van de race. “Er is een reden waarom hij (Russell) met vier tienden van een seconde voorsprong op de polepositie staat.”
Volgens Norris is er sprake van onderliggende problemen die McLaren al heel het seizoen parten spelen en die nog steeds niet zijn opgelost.
“Ik denk dat we nog steeds worstelen met de balans en het is nog steeds ongelooflijk moeilijk om met de auto te rijden,,” aldus Norris. “Ik verwacht dat dat waarschijnlijk voor iedereen op de baan vandaag geldt, dus we hebben niets veranderd, we hebben nog steeds dezelfde problemen en we hebben gewoon nog tijd nodig om het te verbeteren.”
Uiteindelijk deed McLaren het in vergelijking met Ferrari, dat de vorige race in Barcelona wist te winnen en met hoge verwachtingen in Oostenrijk arriveerde, niet slecht. Ook voor Norris was het een verrassing dat Ferrari het tijdens de race een heel stuk minder goed deed, zeker na de sterke kwalificatie op zaterdag.
“Ik zou zeggen dat ons tempo iets beter lijkt te zijn dan we voor de zondag hadden verwacht. De grootste schok was waarschijnlijk dat Ferrari het vandaag zo moeilijk had,” zei Norris.
“Om eerlijk te zijn heb ik met ze te doen. Als je geen vermogen hebt, moet je als een gek door de bochten pushen en dat lukt niet met dit soort banden. Het is dus een zware race voor ze, maar verder geen slechte race.”






