Lewis Hamilton neemt het op voor de nieuwe regelgeving in de Formule 1, in tegenstelling tot Max Verstappen, wiens kritiek op het reglement blijft aanhouden.
Hamilton behaalde afgelopen weekend in Shanghai zijn eerste podium voor Ferrari tijdens de Grand Prix van China. In de openingsronde was hij verwikkeld in een verbeten strijd om de leiding, maar uiteindelijk moest hij zijn meerdere erkennen in de Mercedes-coureurs.
Verstappen kende opnieuw een slechte start en spaarde de nieuwe regels allerminst. De Nederlander wond er geen doekjes om en stelde dat ze de sport dreigen kapot te maken.
Hamilton ziet dat duidelijk anders. Volgens de zevenvoudig wereldkampioen zorgen de nieuwe regels er juist voor dat coureurs elkaar beter kunnen volgen. Hij omschreef het racen zelfs als het beste dat hij ooit in de Formule 1 heeft ervaren.
“Ja, de auto’s zijn makkelijker te volgen, veel beter dan in voorgaande jaren. Je kunt echt heel dichtbij komen. Je hebt niet langer dat lastige slipstream-effect waarbij je te veel downforce verliest.”
“Ik denk dat dit de beste races zijn die ik ooit in de Formule 1 heb meegemaakt. Natuurlijk vliegen die jongens soms met waanzinnige snelheden langs ons, maar het feit dat we allemaal zo dicht bij elkaar kunnen blijven rijden is geweldig.”
“Het is fantastisch dat we op dit moment een goede start hebben met deze regels en hopelijk blijft dat het hele jaar zo.”
Hamilton erkent wel dat er nog werk aan de winkel is voor Ferrari.
“Aangezien ze voor een andere optie hebben gekozen waarbij ze meer vermogen hebben, moeten wij uitzoeken hoe we onze snelheid op het rechte stuk kunnen verbeteren.”
De Brit benadrukte bovendien dat het racen voor de coureurs zelf bijzonder intens is.
“Hopelijk was het een spannende race om naar te kijken, want in de auto was het geweldig. Het voelde een beetje als karten: heen en weer, heen en weer.”
“Je kon je auto echt perfect positioneren. Soms zat er maar een velletje papier tussen ons, maar we hebben elkaar niet geraakt. Dat is volgens mij te danken aan geweldige coureurs en het respect dat we voor elkaar hebben.”






