Volgens voormalig F1-piloot Johnny Herbert zijn er positieve aspecten aan de nieuwe regels maar zijn er ook nog heel wat werkpunten aan de F1-bolides van 2026.
“Het werkt voor mij nog steeds niet helemaal naar behoren. Een voorbeeld in Japan was 130R, richting de chicane. Qua rijervaring verlies je de beleving van het rijden, omdat dat late remmen weg is. Bocht 9 en 10 in Australië zijn ‘verdwenen’. Dat zou niet zo moeten zijn.,” vertelde Herbert in gesprek met ‘RacingNews365’.
“Ik weet dat het reglement niet ver verwijderd is van perfectie. Ik weet dat de FIA nog een beetje gaat sleutelen aan het gebruik van de energie. Dat is waarschijnlijk het belangrijkste punt: uiteindelijk zullen ze het vermogen waarschijnlijk geleidelijker aan kunnen laten reageren. Daardoor kunnen de auto’s iets langzamer worden, maar persoonlijk vind ik dat geen groot probleem.”
“Misschien is dat iets waar ze later aan kunnen werken, bijvoorbeeld door iets meer batterijcapaciteit te geven. Maar dan spelen gewicht, ruimte en alles wat daarmee samenhangt ook een rol.”
Herbert is ook in tweestrijd over het aantal inhaalmanoeuvres dit seizoen, dat volgens hem ‘artificieel hoog’ ligt.
“Sommige mensen vinden de inhaalacties leuk, anderen niet. Voor mij is het nog niet helemaal duidelijk of er meer voor- of tegenstanders zijn. De een vindt het leuk dat ze inhalen richting de chicane in Suzuka en dan opnieuw in bocht 1, de ander niet. Het is in die zin eigenlijk geen ‘echt’ inhalen. Dat is een heel moeilijk iets om zonder kunstmatigheid te laten gebeuren,” aldus Herbert. “Het is zoals DRS. Als je de DRS weghaalde, zou er helemaal niet worden ingehaald.”
Volgens Herbert moet er dan ook voroal aan het vermogen en de batterij gesleuteld worden: “Het gaat er vooral om dat het vermogen consistenter wordt en dat je niet zo veel last hebt van het opladen van de batterij.”






